‘Digital natives’ onder de loep: ICT gebruik en wensen van studenten

In juni 2013 is voor de tweede keer bij alle faculteiten van de UvA een enquête onder studenten uitgezet over het gebruik van ICT in het onderwijs. Top 3 wensen van studenten zijn: (1) Inzicht in (eigen) studievoortgang (50% studenten), (2) Webcolleges (42%) , (3) Digitale oefentoetsen (40%), daarna volgen (4) Mobiele toegang tot eigen onderwijs en (5) Meer samenwerkingsmogelijkheden. Dit jaar deed aan de enquête 2554 studenten aan waarvan 430 van de FNWI. Hieronder het verslag en infographics door Nynke Bos (FGW), Nynke Kruiderink (FMG) en Elze Landkroon (FMG).

‘Digital natives’ onder de loep: ICT gebruik en wensen van studenten

Inleiding

Vorig jaar is voor het eerst de enquête ‘ICT in het Onderwijs’ afgenomen bij alle studenten aan de UvA. Dit jaar is deze enquête wederom bij alle faculteiten afgenomen. Deze enquête is gebaseerd op een gelijknamige enquête die sinds 2008 al jaarlijks bij de Faculteit der Geneeskunde werd afgenomen.
De enquête probeert inzicht te krijgen in een aantal zaken. Allereerst wordt het PC, tablet en smartphone bezit van de studenten geïnventariseerd. Daarbij wordt tevens bevraagd in hoeverre studenten deze apparatuur gebruiken in het onderwijs. Daarnaast geeft de enquête inzicht in het gebruik van Social Media onder studenten. Het gebruik van Social Media kan een indicatie zijn voor de ‘soft skills’ ICT vaardigheden van studenten met betrekking tot dergelijke applicaties. Het geeft daarnaast een beeld van het gebruik van ICT applicaties in het dagelijks leven, wat een indicatie kan zijn voor de bereidheid (en gewenning) van studenten om deze applicaties in het onderwijs te gebruiken. Ook is het interessant om te kijken in hoeverre deze Social Media al in het onderwijs gebruikt worden. Wellicht is een verdere integratie van Social Media en onderwijs een goede manier om studenten beter te bereiken. Het laatste deel van de enquête geeft de behoefte van studenten met betrekking tot ICT in het onderwijs aan. Welke dingen zien zij graag anders in het onderwijs en van welke vormen van digitalisering denken zij dat het effectief is in het onderwijs? Aan de hand van een aantal stellingen is gekeken naar de visie van studenten over ICT in het onderwijs. Wat vinden studenten belangrijk als het gaat om hun onderwijs en wat is hun visie omtrent een aantal stellingen?

Methode

De enquête is uitgezet onder alle studenten van de Universiteit van Amsterdam. Een eerste mail is verstuurd met de doelstellingen van de enquête en een link naar de enquête. Na twee weken is er een herinnering gestuurd. De resultaten van de enquête zijn anoniem verwerkt.

Resultaten

Digital NativesDe enquête is uitgezet in juni 2013 en uiteindelijk ingevuld door 2554 studenten. Niet alle vragen zijn door iedere student ingevuld. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal studenten dat een vraag in heeft gevuld enigszins verschilt, daardoor is het totaal aantal studenten niet bij elke vraag 2554. Van deze studenten is 40.5% man en 59.5% vrouw. Dit jaar is de enquête door iets meer mannen ingevuld ten opzichte van vrouwen dan in de voorgaande jaren het geval was. Vorig jaar was de man vrouw verhouding 35%-65%. Van de studenten die de enquête ingevuld hebben doet 66% een Bacheloropleiding, 32% een Masteropleiding en zit 2% in een schakeltraject of een pre-Master.

Download infographic: Digital Natives
Download infographic: Wat willen studenten

Discussie en Conclusie

Ondanks de geruchten dat Facebook weer ‘uit’ zou zijn, blijkt niets minder waar. Studenten gebruiken Facebook dagelijks en slechts een klein deel van de studenten heeft geen Facebook account. Het aantal gebruikers en de frequentie van gebruik, lijken nog steeds te stijgen.

Bovendien wordt Facebook niet alleen gebruikt voor privé doeleinden, maar wordt dit inmiddels ook veelvuldig gebruikt in het onderwijs. Facebook blijft de meest gebruikte vorm van Social Media onder de studenten. Echter valt ook op dat Wiki’s en YouTube door studenten ook veel gebruikt worden en ook met name hoeveel dit gebruikt wordt in het onderwijs. De helft van de studenten maakt gebruik van Wiki’s bij het studeren en ongeveer één op de drie studenten maakt gebruik van YouTube bij het studeren.

Wat willen studentenDe drie grootste wensen van studenten in hun studie zijn inzicht in hun eigen studievoortgang, de beschikbaarheid van webcolleges en toegang tot meer digitale oefentoetsen. De behoefte aan meer webcolleges en digitale oefentoetsen komt overeen met de belangrijkste wensen van vorig jaar.
Waarom studenten meer inzicht in hun eigen studievoortgang willen is niet helemaal duidelijk. Opmerkelijk is dat deze wens op de eerste plek staat bij de helft van de studenten, maar dat slechts één derde van de studenten denkt dat dit effectief is bij hun studiegedrag. Het zou kunnen zijn dat studenten het inzicht in eigen studiegedrag gebruiken om beter in te schatten hoe ze hun vakken kunnen halen, maar dat dit met name gebruikt wordt door studenten die genoegen nemen met zesjes. Wellicht gebruiken studenten deze gegevens om hun studie te halen met mindere inzet, maar leidt dit daardoor niet tot betere studieresultaten en wordt het daarom door studenten niet als effectief geacht.
Meer dan de helft van de studenten geeft aan liever naar hoorcolleges en werkgroepen te gaan dan naar webcolleges te kijken. Ondanks dat studenten liever naar ‘live’ colleges gaan dan naar webcolleges, geeft toch een groot deel van de studenten aan dat een webcollege in hun ogen net zo effectief is als het ‘live’ onderwijs. Hier lijkt het persoonlijk contact te prevaleren. Webcolleges schelen studenten tijd, ze slaan tevens colleges over, dus het is aannemelijk dat het studenten voornamelijk in die zin tijd scheelt. Effectiviteit in het studeergedrag zal nader onderzocht moeten worden.
De derde wens van studenten, meer toegang tot digitale oefentoetsen, zorgt ervoor dat studenten meer inzicht kunnen krijgen in de voortgang en kennis hiaten met betrekking tot dat vak. Studenten willen vooral toetsen waarmee ze zelf kunnen toetsen en oefenen. Daarnaast geeft driekwart van de studenten aan dat tussentijdse toetsing ervoor zorgt dat zij meer motivatie hebben om eerder te beginnen met studeren dan wanneer er geen tussentijdse toetsing is. Al eerder bleek uit onderzoek bij de FEB dat voortgangstoetsen in de propedeuse een significantie impact hebben op het studiesucces van de studenten (Droop, Mareé & Oudejans, 2013).
Deze drie wensen van studenten zijn alle drie manieren die bijdragen aan de onafhankelijkheid van de student bij het studeren en zorgen voor extra ondersteuning van de student. Dit versterkt de conclusies van vorig jaar. Inzicht in de eigen studievoortgang kan gebruikt worden door studenten om zelf ook goed in de gaten te kunnen houden hoe zij bezig zijn met studeren. Colleges kunnen terug gekeken worden op elk moment en ook digitale toetsen kunnen gemaakt worden op elk moment. De student kan dan zelf beslissen of hij hier gebruik van maakt. Hoewel de studenten hiermee de indruk wekken zelf meer controle te willen hebben over hun eigen leerproces, blijkt dat zij toch hiertoe niet goed in staat zijn (Kirschner & Van Merriënboer, 2013). Studenten blijken te weinig kennis te hebben om beschikbare technologieën op een adequate manier te gebruiken in het onderwijs. En zoals ook uit deze resultaten blijkt, maken studenten vooral op een passieve, consumptieve manier gebruik van deze ICT mogelijkheden: inzicht in studievoortgang, webcolleges en oefentoetsen. De term digital natives lijkt eerder vervangen te kunnen worden door digital consumers. Al eerder werd vastgesteld dat het gebruik van extra ICT tools in het onderwijs vooral door middel van externe regulatie (docent) wordt gedreven (Lust, Vandewaetere, Ceulemans, Elen & Clarebout, 2011). Studenten blijken niet in staat zelf een keuze te maken voor een tool die het leerproces voor henzelf het beste ondersteund. Indien studenten al een duidelijke keuze lijken te maken, lijken zij sterk een voorkeur te ontwikkelen voor één tool (Grabe & Christopherson (2008). De ideale ‘blend’, zoals veel beleidsmakers deze voor ogen hebben, lijkt niet als vanzelf door studenten gemaakt te kunnen worden.
Tablets zijn steeds meer in opkomst. Ruim een kwart van de studenten geeft aan een tablet in de vorm van een iPad, e-reader of Android tablet in zijn of haar bezit te hebben (27%) ten opzichte van 16% van de studenten vorig jaar. Van deze studenten geeft 59% aan zijn tablet ook te gebruiken voor educatieve doeleinden. Echter geeft ongeveer 70% van de studenten aan liever gebruik te maken van boeken en syllabi dan van e-books en digitale syllabi. Hoewel de tablets in opkomst zijn en ook worden gebruikt in het onderwijs, worden deze nog niet massaal gebruikt voor het lezen van boeken. Echter zal in de gaten gehouden moeten worden of de houding van studenten zal veranderen ten opzichte van boeken en syllabi.
Over de UvA websites zijn studenten over het algemeen behoorlijk positief. Echter is er terugkerend kritiek op het ontbreken van informatie, dat de websites onoverzichtelijk zijn en dat er behoefte is aan een betere zoekfunctie. Ook een terugkerend punt van kritiek is dat alle UvA websites slecht te bezoeken zijn vanaf mobiele apparaten. Studenten geven dan ook aan dat er behoefte is aan een App voor Blackboard, rooster, SIS en UvA mail. Ook wordt aangegeven dat niet alle informatie vanaf mobiele apparaten op Blackboard beschikbaar hoeft te zijn, maar dat het met name om de mededelingen gaat en algemene informatie over vakken.

Literatuur

Grabe, M., & Christopherson, K. (2008). Optional student use of online lecture resources: resource preferences, performance and lecture attendance. Journal of Computer Assisted Learning, 24(1), 1–10. Retrieved from http://blackwell-synergy.com/doi/abs/10.1111/j.1365-2729.2007.00228.x
Kirschner, P. A., & van Merriënboer, J. J. (2013). Do Learners Really Know Best? Urban Legends in Education. Educational Psychologist, (ahead-of-print).
Lust, G., Vandewaetere, M., Ceulemans, E., Elen, J., & Clarebout, G. (2011). Tool-use in a blended undergraduate course: In Search of user profiles. Computers & Education, 57(3), 2135–2144. doi:10.1016/j.compedu.2011.05.010

Download volledig verslag met bijlagen ICTOenquete2013-29jul_UvA
Download infographic: Digital Natives
Download infographic: Wat willen studenten

Bijdrage: Nynke Bos (FGW), Nynke Kruikdering (FMG), Elze Landkroon (FMG)

Advertenties

LASI-Amsterdam was een groot succes

Afgelopen 4 en 5 juli heeft het Learning Analytics Summer Institute plaats gevonden op het Science Park. Aanwezig waren zo’n vijftig docenten, studenten, onderzoekers, beleidsmakers en leveranciers die twee dagen lang met elkaar over belangrijke thema’s binnen de Learning Analytics hebben gesproken. Er kwam onder andere aan bod hoe je Learning Analytics op zou moeten nemen in je lesontwerp, wie eigenlijk besluit wat er met onderwijsdata mag gebeuren en wat voor technieken je zou kunnen toepassen op onderwijsdata. Gedurende het evenement was er een open en constructieve sfeer waar er zowel optimisch als kritisch werd gekeken naar de ontwikkelingen op dit vlak.

Learning Analytics is een methodiek waar je data verzamelt van het onderwijsproces, dat vervolgens analyseerd en de resultaten gebruikt om de student of de onderwijsomgeving te verbeteren. Het is een gebied waar een groot aantal expertises bij elkaar moeten komen, niet in de laatste plaats die van data mining en onderwijskunde. Omdat het nog een relatief nieuw gebied is die kennis vaak niet overal goed beschikbaar en zijn de verschillende belanghebbenden soms nog los van elkaar bezig. Het Learning Analytics Summer Institute (LASI) was in het leven geroepen om de verschillende expertises en perspectieven bij elkaar aan tafel te zetten, zodat in de toekomst er gezamelijk stappen gezet kunnen worden. Dit was een initiatief van SoLAR en Stanford University en uiteindelijk hebben negen andere locaties over de hele wereld dat voorbeeld gevolgd en in dezelfde week hun versie van LASI georganiseerd. Het evenement op het Science Park, LASI-Amsterdam, behoorde samen met LASI-Stanford, LASI-Pretoria en LASI-HongKong tot de grotere evenementen.

LASI2
Foto: Jeroen Donkers (UM), dag 1

LASI3
Foto: Groupsdisussie, belangrijk onderdeel van LASI-Amsterdam

LASI4
Foto: Opening dag 2. De zaal is net zo vol als op de eerste dag.

Het resultaat van LASI-Amsterdam is in de eerste plaats een versterkte gemeenschap, er wordt naar mogelijkheden gezocht om een dergelijk contact minstens twee keer per jaar te herhalen. Daarnaast zijn de presentaties en sessie resultaten allemaal opgenomen en via de website beschikbaar, daar zijn ook de opdrachten en notities te vinden. Er zijn aan de hand van LASI-Amsterdam ook verscheidene blogposts geschreven, en er komen er nog meer aan. De meeste blogs zijn te vinden op de site van de special interest group voor Learning Analytics van SURF. Dergelijke resultaten zijn niet alleen van het Amsterdamse evenement te vinden, maar ook van de andere 9 locaties. De websites van die evenementen kunt u hier vinden.

Er wordt door zowel de participanten als de organisatie erg positief terug gekeken op het evenement en het lijkt er dan ook op dat het een aftrap is geweest voor nauwere samenwerking en uitwisseling, zowel nationaal als internationaal. Dat sluit ook aan bij het beleid van ICTO-FNWI en de UvA op dat gebied.

Links:

Bijdrage: Sander Latour (meer informatie: latour@uva.nl)

Foto’s: Natasa Brouwer

Tentamenlade2.5

ICTO-FNWI heeft een SURF project gehonoreerd gekregen waarmee de applicatie Tentamenlade landelijk  toegankelijk  wordt gemaakt voor een groeiende groep docenten. Daarnaast worden ook enkele nieuwe functionaliteiten toegevoegd. In het project Tentamenlade2.5 worden in samenwerking met drie andere universiteiten (VU, UU en Universiteit Leiden) die ook partners zijn in het ICAB netwerk en de leverancier SOWISO drie experimenten uitgevoerd waarmee de weg wordt geopend voor nog meer vakken en docenten die open vragen willen verzamelen en met elkaar willen delen.

De Tentamenlade was ontwikkeld door studenten in het projectgedeelte van het vak Webprogrammeren en Databases (zie een van onze vorige blogs) onder coördinatie van Rob Belleman. Deze mooie ontwikkeling wordt met behulp van het SURF project  Tentamenlade2.5 ondergebracht bij SOWISO. De applicatie wordt op enkele punten verbeterd en robuuster gemaakt en komt ook landelijk beschikbaar.

De Tentamenlade2.5 opent een weg van de dagelijkse praktijk van het tentamineren met open vragen op papier door één individuele docent naar digitale (formatieve) assessment in een samenwerkende groep docenten door

  1. samenwerken in het toetsontwikkelingsproces te faciliteren,
  2. samenstellen van toetsen met open vragen te versnellen en te vergemakkelijken (tijdwinst voor docenten),
  3. inzicht te geven in het didactisch gebruik van het toetsmateriaal door o.a. analytics tools te gebruiken.

schemaT1Schema: Flowchart Tentamenlade2.5

Met meer inzicht in didactische scenario’s kan Tentamelade2.5 op lange termijn zo de kwaliteit van toetsen bij een vak en op een instelling structureel verbeteren.

Project
Het project Tentamenlade2.5 is gehonoreerd in het kader van SURF Stimuleringsregeling Gezamenlijk gebruik van Toetssoftware 2013. Het is een samenwerking van vier universiteiten: UvA, VU en de Universiteiten van Utrecht en Leiden. De UvA is de penvoerder. Bij het project zijn docenten van Biologie, Scheikunde en Natuurkunde betrokken, te beginnen met prof.dr. Eric Laenen, prof.dr. Jan de Boer, dr. Piet Mulders, dr. Marcel Vreeswijk en dr. Tanneke den Blaauwen.  De projectleider van Tentamenlade2.5 is dr. Natasa Brouwer. Bij het project zijn van de FNWI verder betrokken drs. Monique Diks, dr. André Heck, Sander Latour en nog minimaal twee studentassistenten. De subsidie is 15.000 euro.

Waarom SOWISO?
De SOWISO cloud-service is reeds beproefd in andere commerciële toepassingen in het hoger onderwijs. SOWISO is een spin off van TU Eindhoven en is gespecialiseerd in het toetsen in wiskunde en natuurwetenschappen en beschikt over state of the art kennis op dit gebied. Door de Tentamenlade dienst aan SOWISO op te dragen, worden de problemen van continuïteit in onderhoud landelijk opgelost. Bovendien wordt SOWISO breder gebruikt voor digitaal toetsen bij de FNWI waarvoor de ontwikkelingen worden gedaan in het project TWIST. Een goede samenwerking met SOWISO heeft zich bij de UvA tot nu toe al bewezen in diverse projecten waar digitaal toetsen centraal stond.

_____________

De uitslag
Tentamenlade2.5 (UvA, VU, UU, en UL) en TWIST (TU/e, UM, UvA en Fontys Hogescholen) zijn als twee beste projectvoorstellen geëindigd in de tender ‘Gezamenlijk gebruik van toetssoftware in de cloud’. Bei beide projecten is SOWISO de leverancier. SURF adviseert om naar de mogelijkheden van samenwerking van de twee projecten te zoeken en hiermee nog een meerwaarde te creëren. Dat advies nemen we graag mee want dat hadden we zelf ook al gewild maar niet in het projectvoorstel konden zetten.
Zie meer bij SURF: http://www.surf.nl/nl/actueel/Pages/Instellingenexperimenterenmettoetssoftwareindecloud.aspx


[1] SOWISO, http://www.sowiso.nl (Laatst bezocht 12-07-2013)

Bijdrage: Natasa Brouwer