Verslag Themabijeenkomst Blended Learning: Digitaal Toetsen

Op 21 mei vond de tweede themabijeenkomst blended learning plaats over het thema Digitaal toetsen.

Sharon Klinkenberg, Voorzitter landelijke Special Interest Group Digitaal toetsen sharondeelde met ons zijn ervaringen met digitaal toetsen bij de UvA waar hij ook onderwijs geeft. De integratie van het toetsen met leren staat voor hem centraal met de  focus voor het formatieve toetsen en hoe instructie hiermee te combineren valt. Sharon heeft een toets-leeromgeving ontworpen in Remindo (een online toetsapplicatie), waarin de student de mogelijkheid heeft om fouten te maken en daarvan te leren. Zijn uitgangspunt is dat digitale middelen een aanvulling moeten zijn op het reguliere onderwijs.
Zie de presentatie van Sharon Klinkenberg, te vinden op de Starfish pagina van de bijeenkomst.

Arjeh Cohen sloot hierbij aan en liet ons aan de hand van 5 stellingen nadenken over de sterke en zwakke punten van digitaal toetsen. Arjeh heeft verteld over zijn ervaringen met digitaal onderwijs aan de Technische Universiteit Eindhoven en bij de firma SOWISO. Digitaal onderwijs geeft veeArjehl mogelijkheden, je kan bijvoorbeeld oefenmateriaal op afstand aanbieden.  Vele studenten ervaren digitaal onderwijs met digitaal toetsen als prettig en kunnen zelfstandig en flexibel te werk gaan. Daartegenover staat dat er studenten zijn die vaak de menselijke interactie missen en ondervinden veel frustraties als iets niet werkt.
Zie de presentatie met de stellingen en voorbeelden over de werkwijze van Arjeh Cohen, te vinden op de Starfish pagina van de bijeenkomst.

Koen  Vincken van het UMC Utrecht heeft ons laten zien hoe zij digitaal toetsen met beelden. Op de afdeling Radiologie van het UMC werd er voorheen altijd getoetst met pen en papier, terwijl de praktijk al jaren gedigitaliseerd was. Om hier beter bij aan te sluiten hebben ze een digitale toets en leeromgeving VQuest ontworpen en worden nu alle toetsen afgenomen in digitale Koentoetszalen. Ze doen ook onderzoek naar digitaal toetsen, want deze manier van toetsen geeft meer inzicht in het leerproces. Ze kijken naar hoe leerstrategieën verbeterd kunnen worden, bijvoorbeeld door met Eye-tracking software te vergelijken hoe professionals naar een body scan kijken en hoe studenten hiervan kunnen leren.
Zie presentatie van Koen Vinck met meer over de methodes van het UMC, beschikbaar op de Starfish pagina van de bijeenkomst.

Na een korte pauze volgde een spannende paneldiscussie onder de leiding van Etienne Verheijck van het AMC. Een aantal uitspraken zijn hieronder te vinden.

panel2Panel leden, Etienne Verheijck en Andy Pimentel

Andre Heck: “Bij de levenswetenschappen in het bachelor onderwijs hebben we een heterogene instroom (wiskunde A en B). Wat we dan doen is in het begin diagnostisch toetsen. Ze kunnen zo voor zichzelf zien dat ze misschien toch een stukje pre-calculus moeten doen, want anders zouden ze het vak niet gaan redden. De eerste twee weken geef je ze de kans om wat te oefenen en ze worden niet meteen in het diepe gegooid. We laten ze digitaal voortgangstoetsen maken. Ze gaan de mist in tijdens het vak, als ze niet  alle vaardigheden in huis hebben.”
Arjeh Cohen: “In Eindhoven was het zo dat we gingen anticiperen. De moeilijkheden die je tegenkomt met electronica zijn intrensieke moeilijkheden. Dus wat doe je? Het eerste college gaat over hoe je met het apparaat of de software omgaat. Het is een rustige start, maar het dwingt mensen in college om daar eens echt naar te kijken. Daar haal je een hele hoop van de koudwatervrees weg. Dit werkt zeer effectief.”
“ Slimme studenten kunnen alle informatie van het internet halen. Voorbeeld: een groepje studenten in de faculteit elektrotechniek, in het college wiskunde, zonderde zich af en heeft via het internet
colleges gevolgd. Die groep heeft waanzinnig goed gescoord op het tentamen. Significant beter dan de rest. Toen ging men wel nadenken; de standaard dingen moet je niet altijd zelf willen brengen.”
Sharon Klinkenberg: Als docent ben je beter in staat dan studenten om te beoordelen of een filmpje goed is of niet. Je kan als curator te werk gaan en bepalen wat je aanbied aan de studenten.”

panel1

Sharon Klinkenberg: “Nog even over de diversiteit in de studentenpopulatie. Je kan aan de ene kant proberen om de instroom gelijk te houden, zodat je weet dat je een homogene groep binnenhaalt. Of je kan gedurende het onderwijs, in de wekelijkse opdracht, proberen om het niveau van de student daarop aan te laten sluiten. Sommige studenten hebben op het ene onderwerp meer tijd en aandacht nodig en anderen weer op een ander onderwerp. Je kan zo sneller inzien wie achterblijven en deze studenten proberen te helpen een bepaald niveau te bereiken. Vraag uit publiek: faciliteer je hier verschillende leerstijlen? Ja, maar niet bewust. Bijvoorbeeld met het opnemen van webcolleges: Studenten die niet goed mee konden komen gingen naar college en bekeken het college op eigen tempo nog een keer na. Slimmere studenten gingen niet naar college en bekeken het college in dubbele snelheid af. Dat is differentiatie. Er was ook een student die zei: ‘ik ga het filmpje niet kijken, ik lees gewoon het transcript’. Dat heeft wel te maken met zijn leerstijl.”

Martijn Stegeman: “Wat zouden jullie, als pioniers, adviseren aan docenten wat ze nu al toe kunnen passen?

Sharon Klinkenberg: “Een advies zou zijn voor een docent die er nog geen ervaring mee heeft is om eens te kijken wat je in het onderwijs elke keer opnieuw uitlegt, waarvan je denkt; ‘nu weet ik het wel’. Je kan je dan gaan afvragen: ‘kan ik er een kennisclipje van maken?’, of misschien een stap ervoor; ‘bestaat er niet al een kennisclipje van?’ De rol van docent is dingen uitleggen en je kan je daarbij afvragen of er niet al iemand is die het goed heeft uitgelegd. Dat zou een eerste stap kunnen zijn. Daarna is er een heel traject van hoe dat het beste kan integreren in je onderwijs. We hebben vandaag al veel toepassingsvormen gezien.”

Arjeh Cohen:  “Ik ben sinds ’92 geïnteresseerd in dit soort dingen. Het is altijd een hobby geweest. Ik constateerde in het begin dat er mensen waren die hier wel hun werk van maakte en verschrikkelijk faalde. Er waren veel investeringen die niet veel uithaalde. Er komen nu systemen die het de moeite waard maken om een overstap te maken naar interactief leren en digitalisering. De generatie die nu opgroeit die weet niet beter. De vraag is: hoe kan je met de moderne middelen omgaan? We krijgen enorme databanken en leersystemen en iedereen moet gaan leren die te gebruiken. Tegelijkertijd zijn er nu professionele systemen, uitgevers zoals Pearson, waar heel veel geld in nieuwe leersystemen wordt gestopt. Die systemen beginnen nu commercieel te worden en tegelijkertijd ingang te krijgen in het hoger onderwijs. “….. “Als docent kan je je dan richten op de moeilijkere dingen die de studenten uit zullen dagen. Je kan beginnen als docent om van bestaande systemen gebruik te maken en te kijken hoe dat in de praktijk zijn uitwerking heeft.” panel4_2

Etienne Verheijck: “Hoe heb je dat dan aangepakt in de praktijk?

“We zijn zelf ook zoekende, want dat houdt pionieren in. Je komt al doende allerlei problemen tegen die je probeert op te lossen. Je moet leren hoe met het materiaal om te gaan. Je moet in het begin aandacht besteden aan het werken in zo’n omgeving. Vervolgens weet je ongeveer hoe het gaat en dat je uit kan leggen aan de student hoe zij er mee om kunnen gaan. Ik probeer mijn mede-docenten ook over te halen om mee te doen. Als iemand interesse heeft om materiaal te gebruiken, dan zet ik het voor ze klaar in het systeem, want dan leren ze er in ieder geval mee omgaan.”

Koen Vincken: “We zouden graag zien dat de docenten het allemaal prachtig vinden. We willen graag dat de informatie gedeeld gaat worden op het internet. Maar dat betekend ook dat data die ze gebruiken vrijgegeven moet worden. Daar ligt een hele grote drempel. Als iedereen de data zou delen dan heb je op een gegeven moment een item bank met duizenden items waar je uit kan putten en daar zou iedereen voordeel van hebben. Dit gaat volgens mij de komende jaren wel gebeuren.”

We kijken terug naar een succesvolle Themabijeenkomst. De volgende Themabijeenkomst Blended learning is gepland in de najaar.

UvA Grassroots call – deadline Sept. 18 2015

A new call for the Grassroots projects is open! The deadline for application is on September 18 2015. This is the first of the two rounds of Grassroots in 2015-2016. Join the group of lecturers and students who have this way enriched many courses using ICT and contributed to the improvement of education at the UvA in general!

tussentitel

Grassroots projects September 2015

Grassroots are small-scale, accessible ICT projects, from which the results immediately can be implemented in education. Grassroots are a great example of introducing and testing new techniques in education.
Individual teachers and students can submit a proposal for Grassroots projects. For each Grassroot the budget is no more than €1000.
Besides individual Grassroots projects, departments can request financial aid for a program of 5-10 combined Grassroots.

Get inspired to apply for a Grassroots project!
See UvA Grassroots blog. There you can also find the blog about the FNWI last year Grassroots program “The power of chalkless” (project leader Marcel Vreeswijk). You can watch the 1 minute video (link to VIDEO) about the Grassroots of Timo Halbesma, the Faculty of Science student, who developed the CARD application using a student Grassroots.
You can follow FNWI Grassroots on Starfish.

How to apply for Grassroots projects?

To apply for the Grassroots project you need to fill in the application form and submit your application before September 18 2015 (12.00 p.m.).

You are most welcome to contact ICTO-FNWI for any questions and for the feedback on your Grassroots project proposal and later on when your proposal is granted. In the case of more lecturers with a similar idea’s ICTO-FNWI will organize collaboration between the projects or a joint grassroots program and give additional support.
Contact: Natasa Brouwer, coordinator ICTO-FNWI (natasa.brouwer@uva.nl).

Schedule

  • 18-09-2015 Deadline for submitting application formats (12.00)
  • 01-10-2015 Assessment of applications by a selection committee
  • 02-10-2015 Participants will be notified, formal start date of the Grassroots
  • 08-10-2015 Start meeting of the Grassroots (15.00)

Download Grassroots Flyer (English).
Download Grassroots Flyer in Dutch.

More information can be found on the Grassroots website: uva.nl/grassroots.