Happy 2017!

happy_2017_icto-fnwi

Advertenties

‘Digital natives’ onder de loep: ICT gebruik en wensen van studenten

In juni 2013 is voor de tweede keer bij alle faculteiten van de UvA een enquête onder studenten uitgezet over het gebruik van ICT in het onderwijs. Top 3 wensen van studenten zijn: (1) Inzicht in (eigen) studievoortgang (50% studenten), (2) Webcolleges (42%) , (3) Digitale oefentoetsen (40%), daarna volgen (4) Mobiele toegang tot eigen onderwijs en (5) Meer samenwerkingsmogelijkheden. Dit jaar deed aan de enquête 2554 studenten aan waarvan 430 van de FNWI. Hieronder het verslag en infographics door Nynke Bos (FGW), Nynke Kruiderink (FMG) en Elze Landkroon (FMG).

‘Digital natives’ onder de loep: ICT gebruik en wensen van studenten

Inleiding

Vorig jaar is voor het eerst de enquête ‘ICT in het Onderwijs’ afgenomen bij alle studenten aan de UvA. Dit jaar is deze enquête wederom bij alle faculteiten afgenomen. Deze enquête is gebaseerd op een gelijknamige enquête die sinds 2008 al jaarlijks bij de Faculteit der Geneeskunde werd afgenomen.
De enquête probeert inzicht te krijgen in een aantal zaken. Allereerst wordt het PC, tablet en smartphone bezit van de studenten geïnventariseerd. Daarbij wordt tevens bevraagd in hoeverre studenten deze apparatuur gebruiken in het onderwijs. Daarnaast geeft de enquête inzicht in het gebruik van Social Media onder studenten. Het gebruik van Social Media kan een indicatie zijn voor de ‘soft skills’ ICT vaardigheden van studenten met betrekking tot dergelijke applicaties. Het geeft daarnaast een beeld van het gebruik van ICT applicaties in het dagelijks leven, wat een indicatie kan zijn voor de bereidheid (en gewenning) van studenten om deze applicaties in het onderwijs te gebruiken. Ook is het interessant om te kijken in hoeverre deze Social Media al in het onderwijs gebruikt worden. Wellicht is een verdere integratie van Social Media en onderwijs een goede manier om studenten beter te bereiken. Het laatste deel van de enquête geeft de behoefte van studenten met betrekking tot ICT in het onderwijs aan. Welke dingen zien zij graag anders in het onderwijs en van welke vormen van digitalisering denken zij dat het effectief is in het onderwijs? Aan de hand van een aantal stellingen is gekeken naar de visie van studenten over ICT in het onderwijs. Wat vinden studenten belangrijk als het gaat om hun onderwijs en wat is hun visie omtrent een aantal stellingen?

Methode

De enquête is uitgezet onder alle studenten van de Universiteit van Amsterdam. Een eerste mail is verstuurd met de doelstellingen van de enquête en een link naar de enquête. Na twee weken is er een herinnering gestuurd. De resultaten van de enquête zijn anoniem verwerkt.

Resultaten

Digital NativesDe enquête is uitgezet in juni 2013 en uiteindelijk ingevuld door 2554 studenten. Niet alle vragen zijn door iedere student ingevuld. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal studenten dat een vraag in heeft gevuld enigszins verschilt, daardoor is het totaal aantal studenten niet bij elke vraag 2554. Van deze studenten is 40.5% man en 59.5% vrouw. Dit jaar is de enquête door iets meer mannen ingevuld ten opzichte van vrouwen dan in de voorgaande jaren het geval was. Vorig jaar was de man vrouw verhouding 35%-65%. Van de studenten die de enquête ingevuld hebben doet 66% een Bacheloropleiding, 32% een Masteropleiding en zit 2% in een schakeltraject of een pre-Master.

Download infographic: Digital Natives
Download infographic: Wat willen studenten

Discussie en Conclusie

Ondanks de geruchten dat Facebook weer ‘uit’ zou zijn, blijkt niets minder waar. Studenten gebruiken Facebook dagelijks en slechts een klein deel van de studenten heeft geen Facebook account. Het aantal gebruikers en de frequentie van gebruik, lijken nog steeds te stijgen.

Bovendien wordt Facebook niet alleen gebruikt voor privé doeleinden, maar wordt dit inmiddels ook veelvuldig gebruikt in het onderwijs. Facebook blijft de meest gebruikte vorm van Social Media onder de studenten. Echter valt ook op dat Wiki’s en YouTube door studenten ook veel gebruikt worden en ook met name hoeveel dit gebruikt wordt in het onderwijs. De helft van de studenten maakt gebruik van Wiki’s bij het studeren en ongeveer één op de drie studenten maakt gebruik van YouTube bij het studeren.

Wat willen studentenDe drie grootste wensen van studenten in hun studie zijn inzicht in hun eigen studievoortgang, de beschikbaarheid van webcolleges en toegang tot meer digitale oefentoetsen. De behoefte aan meer webcolleges en digitale oefentoetsen komt overeen met de belangrijkste wensen van vorig jaar.
Waarom studenten meer inzicht in hun eigen studievoortgang willen is niet helemaal duidelijk. Opmerkelijk is dat deze wens op de eerste plek staat bij de helft van de studenten, maar dat slechts één derde van de studenten denkt dat dit effectief is bij hun studiegedrag. Het zou kunnen zijn dat studenten het inzicht in eigen studiegedrag gebruiken om beter in te schatten hoe ze hun vakken kunnen halen, maar dat dit met name gebruikt wordt door studenten die genoegen nemen met zesjes. Wellicht gebruiken studenten deze gegevens om hun studie te halen met mindere inzet, maar leidt dit daardoor niet tot betere studieresultaten en wordt het daarom door studenten niet als effectief geacht.
Meer dan de helft van de studenten geeft aan liever naar hoorcolleges en werkgroepen te gaan dan naar webcolleges te kijken. Ondanks dat studenten liever naar ‘live’ colleges gaan dan naar webcolleges, geeft toch een groot deel van de studenten aan dat een webcollege in hun ogen net zo effectief is als het ‘live’ onderwijs. Hier lijkt het persoonlijk contact te prevaleren. Webcolleges schelen studenten tijd, ze slaan tevens colleges over, dus het is aannemelijk dat het studenten voornamelijk in die zin tijd scheelt. Effectiviteit in het studeergedrag zal nader onderzocht moeten worden.
De derde wens van studenten, meer toegang tot digitale oefentoetsen, zorgt ervoor dat studenten meer inzicht kunnen krijgen in de voortgang en kennis hiaten met betrekking tot dat vak. Studenten willen vooral toetsen waarmee ze zelf kunnen toetsen en oefenen. Daarnaast geeft driekwart van de studenten aan dat tussentijdse toetsing ervoor zorgt dat zij meer motivatie hebben om eerder te beginnen met studeren dan wanneer er geen tussentijdse toetsing is. Al eerder bleek uit onderzoek bij de FEB dat voortgangstoetsen in de propedeuse een significantie impact hebben op het studiesucces van de studenten (Droop, Mareé & Oudejans, 2013).
Deze drie wensen van studenten zijn alle drie manieren die bijdragen aan de onafhankelijkheid van de student bij het studeren en zorgen voor extra ondersteuning van de student. Dit versterkt de conclusies van vorig jaar. Inzicht in de eigen studievoortgang kan gebruikt worden door studenten om zelf ook goed in de gaten te kunnen houden hoe zij bezig zijn met studeren. Colleges kunnen terug gekeken worden op elk moment en ook digitale toetsen kunnen gemaakt worden op elk moment. De student kan dan zelf beslissen of hij hier gebruik van maakt. Hoewel de studenten hiermee de indruk wekken zelf meer controle te willen hebben over hun eigen leerproces, blijkt dat zij toch hiertoe niet goed in staat zijn (Kirschner & Van Merriënboer, 2013). Studenten blijken te weinig kennis te hebben om beschikbare technologieën op een adequate manier te gebruiken in het onderwijs. En zoals ook uit deze resultaten blijkt, maken studenten vooral op een passieve, consumptieve manier gebruik van deze ICT mogelijkheden: inzicht in studievoortgang, webcolleges en oefentoetsen. De term digital natives lijkt eerder vervangen te kunnen worden door digital consumers. Al eerder werd vastgesteld dat het gebruik van extra ICT tools in het onderwijs vooral door middel van externe regulatie (docent) wordt gedreven (Lust, Vandewaetere, Ceulemans, Elen & Clarebout, 2011). Studenten blijken niet in staat zelf een keuze te maken voor een tool die het leerproces voor henzelf het beste ondersteund. Indien studenten al een duidelijke keuze lijken te maken, lijken zij sterk een voorkeur te ontwikkelen voor één tool (Grabe & Christopherson (2008). De ideale ‘blend’, zoals veel beleidsmakers deze voor ogen hebben, lijkt niet als vanzelf door studenten gemaakt te kunnen worden.
Tablets zijn steeds meer in opkomst. Ruim een kwart van de studenten geeft aan een tablet in de vorm van een iPad, e-reader of Android tablet in zijn of haar bezit te hebben (27%) ten opzichte van 16% van de studenten vorig jaar. Van deze studenten geeft 59% aan zijn tablet ook te gebruiken voor educatieve doeleinden. Echter geeft ongeveer 70% van de studenten aan liever gebruik te maken van boeken en syllabi dan van e-books en digitale syllabi. Hoewel de tablets in opkomst zijn en ook worden gebruikt in het onderwijs, worden deze nog niet massaal gebruikt voor het lezen van boeken. Echter zal in de gaten gehouden moeten worden of de houding van studenten zal veranderen ten opzichte van boeken en syllabi.
Over de UvA websites zijn studenten over het algemeen behoorlijk positief. Echter is er terugkerend kritiek op het ontbreken van informatie, dat de websites onoverzichtelijk zijn en dat er behoefte is aan een betere zoekfunctie. Ook een terugkerend punt van kritiek is dat alle UvA websites slecht te bezoeken zijn vanaf mobiele apparaten. Studenten geven dan ook aan dat er behoefte is aan een App voor Blackboard, rooster, SIS en UvA mail. Ook wordt aangegeven dat niet alle informatie vanaf mobiele apparaten op Blackboard beschikbaar hoeft te zijn, maar dat het met name om de mededelingen gaat en algemene informatie over vakken.

Literatuur

Grabe, M., & Christopherson, K. (2008). Optional student use of online lecture resources: resource preferences, performance and lecture attendance. Journal of Computer Assisted Learning, 24(1), 1–10. Retrieved from http://blackwell-synergy.com/doi/abs/10.1111/j.1365-2729.2007.00228.x
Kirschner, P. A., & van Merriënboer, J. J. (2013). Do Learners Really Know Best? Urban Legends in Education. Educational Psychologist, (ahead-of-print).
Lust, G., Vandewaetere, M., Ceulemans, E., Elen, J., & Clarebout, G. (2011). Tool-use in a blended undergraduate course: In Search of user profiles. Computers & Education, 57(3), 2135–2144. doi:10.1016/j.compedu.2011.05.010

Download volledig verslag met bijlagen ICTOenquete2013-29jul_UvA
Download infographic: Digital Natives
Download infographic: Wat willen studenten

Bijdrage: Nynke Bos (FGW), Nynke Kruikdering (FMG), Elze Landkroon (FMG)

Askai. Slimme tool voor Sakai en Blackboard

Veelbelovende tool voor Blackboard en Sakai ontwikkeld bij een studieonderdeel in de tweede en deerde jaar Bachelor Informatica.

Zestig tweede- en derdejaars Bachelor Informatica studenten hebben bij het vak Project Software Engineering van docent Hans Dekkers een maand gewerkt aan de ontwikkeling van tools die kunnen werken in digitale leeromgevingen als Blackboard, Sakai CLE en Sakai OAE. De studenten waren verdeeld in drie grote teams die aan dezelfde opdracht hebben gewerkt. Het samenwerken aan een complex product in een groot team komt in de realiteit van de softwareontwikkeling vaak voor. Het is een grote uitdaging hoe je dit studenten goed kunt leren. Deze dimensie heeft Hans Dekkers ingebouwd in het onderwijsontwerp van zijn vak en in de leerdoelen. Op vrijdag 1 februari 2013 was het zo ver: bij de afsluitende bijeenkomst van het vak werden voor een uitgebreid publiek twee tools gepresenteerd en gedemonstreerd.

askai

Wat kun je met deze tool?
De docent kan aan studenten open vragen stellen bijvoorbeeld met het doel om begrip of juist misconceptie te testen. De studenten geven een antwoord en krijgen daarna de gelegenheid om een paar antwoorden van medestudenten te beoordelen en deze te ranken. Het slimme van de tool die de studententeams hebben ontwikkeld is dat deze de antwoorden van de studenten clustert, om dubbele antwoorden te voorkomen, en deze clusters laat beoordelen door de studenten. Een van de twee groepen heeft in zijn tool de mogelijkheid ingebouwd dat de studenten met hun antwoorden hun “reputatie” kunnen opbouwen. Een beoordeling van een antwoord van een medestudent door een student die vaker een goede antwoord heeft gegeven is dan ook meer waard en brengt de student die het antwoord heeft gegeven meer bonus. Hierdoor ontstaat een automatische en actieve ranking van studenten gebaseerd op acties en leersucces van studenten. Een student kan zijn/haar plaats door beter te scoren met zijn/haar antwoorden altijd verbeteren.

Wat kan de tool voor het onderwijs betekenen?
Het is een tool die activerend onderwijs ondersteunt. De tool kan de docent helpen om sneller te identificeren waar de studenten  leerproblemen of misconcepties hebben of juist wat ze al heel goed kunnen. Zo kan het onderwijs hieraan aangepast worden. Het leereffect kan versterkt worden  omdat de studenten elkaars vragen beoordelen en ranken en hierbij reflecteren op hun eigen antwoorden die ze al eerder hadden gegeven.
De docent Hans Dekkers zal deze tool in zijn eigen onderwijs inzetten en heeft hiervoor een creatief scenario bedacht. Hij wil zijn studenten tijdens zijn colleges activeren en begripsontwikkeling versterken. Er zijn nog talloze andere scenario’s denkbaar. De tool zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen bij colleges volgens het zogenaamde flipped classroom onderwijsmodel (http://net.educause.edu/ir/library/pdf/ELI7081.pdf) waar studenten zich intensief moeten voorbereiden vóór ze naar een college komen. Een aantal docenten bij de FNWI experimenteert op dit moment met dit onderwijsmodel. Voor zover mij bekend is hebben ze nog geen tool ter beschikking om voldoende inzicht te krijgen in het  voorbereidingsproces.

Deze ontwikkelingen en de didactische opzet zijn gepresenteerd op de Sakai conferentie in januari in Parijs (http://www.congres.upmc.fr/sakai2013/). De titel van de bijdrage was: “A template for future collaboration within community source projects: Immersing Software Engineering students in Sakai CLE technologies and mindset.” Een demo van tools werd bij de conferentie door de studenten gegeven en heeft vele positieve reacties opgeleverd.

De ontwikkeling van tools voor digitale leeromgeving is mogelijk gemaakt in samenwerking met het IC van de UvA. Alan Berg die bij de UvA de ontwikkelingen in de leeromgeving Sakai coördineert was bij dit project nauw betrokken. Nu de tool is ontwikkeld moet deze nog beschikbaar komen voor alle docenten . De UvA is geïnteresseerd om hiermee verder te gaan. Dat blijkt ook uit de grote interesse voor de presentaties op 1 februari waar Alan Berg en Sijo Dijkstra van het Informatiseringscentrum, Onderwijs- & Onderzoeksdiensten¬groep aanwezig waren.

publiek

Foto: Het publiek tijdens de presentatie, op de rechter foto in het midden Alan Berg, Sijo Dijkstra. Ook Wolter Kaper de contactpersoon voor Blackboard bij de FNWI was aanwezig.

Bijdrage van: Natasa Brouwer